1.. Als object als bedoeld in artikel 2.1.5.1, tweede lid, APV wordt aangewezen een steiger die voldoet aan de volgende kenmerken:

  • - de steiger mag alleen in de openbare ruimte worden geplaatst voor zolang deze feitelijk functioneel is voor de werkzaamheden;
  • - de steiger mag geen belemmering vormen voor de vrije doorstroming van gemotoriseerd verkeer en fietsers;
  • - indien de steiger op een straat met een verkeersfunctie wordt geplaatst, dient een minimale doorgang van 1,5 meter voor voetgangers te worden vrijgehouden;
  • - op wegen of weggedeelten enkel bestaand uit een trottoir dient te allen tijde een vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 3,5 meter aanwezig te zijn ten behoeve van hulpdiensten;
  • - de steiger wordt waar mogelijk op één lijn geplaatst met andere objecten en niet op de geleidelijn voor blinden.

2.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor het Centrum.