Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht publiek

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2006

1.. Een ieder kan zich, voor aanvang van een vergadering, melden bij de commissiegriffier met het verzoek, het woord te mogen voeren over op de agenda staande punten. 2.. Onmiddellijk voor aanvang van de beraadslaging over het punt op de agenda verleent de voorzitter aan degene, die zich aldus heeft aangemeld, het woord. Indien er meerdere sprekers zijn, wordt hun het woord verleend in volgorde van aanmelding. 3.. Een spreker mag gedurende maximaal vijf minuten het woord voeren, doch alleen met betrekking tot het punt van de agenda. 4.. De inspreker wordt, voor de beraadslaging in tweede termijn over het betrokken punt, wederom en desgevraagd het woord verleend. 5.. De voorzitter kan een spreker het woord ontnemen, indien deze per termijn vijf minuten heeft gesproken en, na een waarschuwing, indien deze buiten de orde is en blijft, dan wel, indien deze de orde van de vergadering verstoort en blijft verstoren.

Rechtspraak bij dit artikel