Naar hoofdinhoud

Artikel 4.2

Artikel 4.2

Onderdeel van Regeling ongewenste omgangsvormen gemeente Tubbergen

1.. De klachtencommissie onderzoekt de klacht door klager en aangeklaagde te horen; het horen hoeft niet in voltallige samenstelling, maar dient door tenminste twee leden van de commissie te gebeuren. Partijen kunnen zich door een raadsman laten bijstaan. 2.. Indien de klager dat wenst, kan de vertrouwenspersoon bij het horen van de klager aanwezig zijn. 3.. Indien de commissie dat voor het onderzoek nodig acht, kan zij andere betrokken medewerkers horen, alsmede de situatie ter plaats in ogenschouw nemen. 4.. Op verzoek van klager dan wel aangeklaagde kunnen getuigen die door hen worden aangemeld, worden gehoord. Het horen van deze getuigen vindt plaats zonder dat klager, aangeklaagde of eventuele raadslieden van hen aanwezig zijn. 5.. Medewerkers zijn verplicht gehoor te geven aan de oproep van de klachtencommissie om voor haar te verschijnen. Aangeklaagde kan daarnaast desgewenst een schriftelijk verweer indienen. 6.. Van het horen van alle betrokkenen worden verslagen opgesteld. Een verslag wordt niet vastgesteld dan nadat betrokkene het voor gezien heeft getekend en, voor wat betreft de weergave van het door hem gezegde, voor akkoord. Weigert de betrokkene ondertekening, dan wordt daarvan in het verslag zo mogelijk met vermelding van de redenen melding gemaakt. Een afschrift van het verslag wordt de betrokkene uitgereikt. 7.. Van haar bevindingen brengt de commissie schriftelijk rapport uit aan het management binnen 2 maanden na ontvangst van de klacht. Afschriften van het rapport worden gezonden aan klager en aangeklaagde.

Rechtspraak bij dit artikel