Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Afleggen ambtseed/belofte

Onderdeel van Regeling ambtseed/ambtsbelofte gemeente Tubbergen 2010

1.. Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van de ambtseed/ambtsbelofte, door de burgemeester, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”. 2.. Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van de ambtseed of de ambtsbelofte, door de burgemeester, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: “Dat verklaar en beloof ik”. 3.. De tekst van de ambtseed/ambtsbelofte luidt als volgt: Ik zweer/beloof, dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet en dat ik mijn plichten als ambtenaar vermeld in de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Tubbergen naar eer en geweten zal vervullen. Ik zweer/beloof dat ik mij zal inzetten voor het algemeen belang en in het bijzonder voor het belang van de gemeente Tubbergen. Ik zweer/beloof, dat ik mijn functie nauwgezet en adequaat zal vervullen en de mij verstrekte opdrachten naar beste vermogen zal volbrengen. Ik zweer/beloof, dat ik zaken, waarvan ik door mijn ambt kennis draag en die mij als geheim zijn toevertrouwd of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen, dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben. Ik zweer/beloof dat ik loyaal ben ten opzichte van de bestuursorganen van de gemeente Tubbergen en het door hen vastgesteld beleid. Ik zweer/beloof dat ik geen misbruik maak van mijn positie als ambtenaar. Ik zweer/beloof dat ik mij zal houden aan het opgestelde integriteitsbeleid van de gemeente Tubbergen. 4.. De eed wordt staande afgelegd, waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt. De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken.

Rechtspraak bij dit artikel