Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening, wordt de verlaging vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie als bedoeld in artikel 9;
20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie als bedoeld in artikel 9;
50% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie als bedoeld in artikel 9;
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie als bedoeld in artikel 9;
100% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij gedragingen van de vijfde categorie als bedoeld in artikel 9, waarbij voor de situatie als beschreven onder artikel 9 lid 5 sub b, de maatregel naar verhouding wordt toegepast.