**1..** Het college weigert, overeenkomstig deze verordening, de uitkering indien belanghebbende:
door eigen toedoen een inkomen uit of in verband met arbeid heeft verloren en aan de beëindiging van zijn diensbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de dienstbetrekking is beëindigd op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd;
weigert hem aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden;
**2..** Het college weigert de uitkering als er naar het oordeel van het college sprake is van het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid.
**3..** Het niet voeren van verweer door de belanghebbende tegen of het instemmen van de belanghebbende met een beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van de werkgever leidt niet tot het weigeren van de uitkering op grond van het eerste lid.
**4..** vervallen
Hoofdstuk
Artikel 3
Het weigeren van de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ Gemeente Zwolle 2013