Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren

1.. Onverminderd artikel 42 van de wet, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd als de jongere naar het oordeel van het college de op hem rustende verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, of de uit artikel 30c, tweede lid of derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen, niet of onvoldoende nakomt, dan wel zich jegens het college zeer ernstig misdraagt. 2.. Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeer en kan daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde maatregelen. 3.. De maatregel kan niet meer bedragen dan de inkomensvoorziening waarop belanghebbende recht zou hebben gehad gedurende de periode waarop de maatregel betrekking heeft, indien er geen grond voor een maatregel zou zijn geweest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel