**1..** De burgemeester kan aan een ondernemer ontheffing verlenen van het verbod gesteld in artikel 6.
**2..** De burgemeester beslist binnen acht weken nadat de aanvraag is binnengekomen.
**3..** Bij een aanvraag om ontheffing dienen de volgende bescheiden te worden overgelegd:
de ondernemer dient een bewijsstuk over te leggen, waaruit blijkt dat hij rechthebbende is op het perceel waarvoor de ontheffing is gevraagd;
indien de aanvrager de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, dient het bewijsstuk genoemd sub a. vergezeld te zijn van een geautoriseerde vertaling van het genoemde bewijsstuk;
indien ontheffing wordt gevraagd voor een gelijksoortig bedrijf in een reeds bestaande inrichting, dient tegelijkertijd een vergunning ex artikel 3 van de wet te worden aangevraagd;
indien het sub c. gestelde niet van toepassing is, dient de ondernemer aannemelijk te maken, dat hij zal voldoen aan de eisen, welke zijn gesteld voor het verkrijgen van een vergunning ex artikel 3 van de wet.
**4..** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend;
aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden;
een ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd.
**5..** Bij een door de burgemeester te verlenen ontheffing als bedoeld in het eerste lid neemt deze in ieder geval de voorwaarde op, dat de inrichting uitsluitend geëxploiteerd wordt door de vergunninghouder, genoemd in de ingevolge de wet verleende vergunning.
**6..** Een besluit, als bedoeld in het vierde lid, wordt niet genomen, dan nadat daaromtrent vooraf het advies is ingewonnen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rijnland te Leiden en de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid in Zuid-Holland te ’s-Gravenhage.