Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 1:4

Indienen van een klacht

Onderdeel van Regeling Ongewenst Gedrag (2012)

De medewerker die met ongewenst gedrag wordt geconfronteerd kan daartoe schriftelijk een klacht indienen bij de centrale vertrouwenspersoon. Een klacht bevat: een omschrijving van de confrontatie met ongewenst gedrag met zo volledig mogelijke vermelding van de datum, het tijdstip, de plaats van het ongewenst gedrag, de omstandigheden en de inhoud ervan; een beschrijving van de door de klager al ondernomen stappen; de naam van de aangeklaagde of namen van de aangeklaagden; de namen van eventuele getuige(n). De klager ontvangt binnen een week een schriftelijke ontvangstbevestiging met de vermelding dat deze is doorgestuurd naar de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de decentrale overheid welke over de klacht zal adviseren. Om moverende redenen mag een klacht ook rechtstreeks bij de landelijke commissie worden ingediend. De commissie bevestigt de ontvangst van de klacht aan de klager en stelt hem op de hoogte van de termijnen en de wijze van afdoening van de klacht. Tevens informeert de commissie het bevoegd gezag binnen twee weken, dat een klacht is ontvangen. Indien de klacht rechtstreeks bij de commissie is ingediend bevat de melding aan het bevoegd gezag geen persoonsgegevens van klager, aangeklaagde of getuigen. De landelijke commissie brengt in principe binnen 8 weken advies uit aan het bevoegd gezag welke weer binnen 2 weken (via verdaging eventueel 4 weken) klager en aangeklaagde schriftelijk in kennis van hun conclusie(s). Voor de (overige) regels rond de (landelijke) klachtenafwikkeling wordt verwezen naar hoofdstuk 3.

Rechtspraak bij dit artikel