In deze verordening wordt verstaan onder:
a.de WWB:
Wet werk en bijstand;
b.de IOAW:
Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers;
c.IOAZ:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
d.Wetten:
de WWB, IOAW en IOAZ;
e.Wet Suwi:
de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen;
f.college:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;
g.bijzondere bijstand:
de bijstand bedoeld in artikel 35 van de WWB;
h.maatregel:
de verlaging van de uitkering op
grond van artikel 18, tweede lid WWB en
artikel 20, eerste lid IOAW en IOAZ;
i.uitkeringsnorm:
de op grond van artikel 5 onder c en 12 WWB op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm en de op grond van artikel 5 IOAW en IOAZ
op de belanghebbende van toepassing zijnde grondslag;
j.benadelingsbedrag:
het bedrag dat als gevolg van het niet
of niet behoorlijk nakomen van een
inlichtingenverplichting ten onrechte is
verleend als uitkering op grond van de wet;
k.voorziening
een voorziening / instrument die het college ter beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel 7, lid 1 onder a WWB en artikel 34, lid 1 onder a IOAW en IOAZ en in de re-integratieverordening;
l.traject
een plan, bestaande uit een geheel van
reïntegratie-instrumenten dat tot doel heeft
om binnen een bepaald tijdsbestek te komen
tot arbeidsinschakeling of zelfstandige
maatschappelijke participatie;
m.zeer ernstige misdragingen
het op een dusdanige wijze benaderen of
bejegenen van het college, dan wel van
personen die in opdracht van het college
de wet uitvoeren, dat deze zich op een
fysieke of psychische wijze, dan wel een
combinatie van beide, bedreigd voelen;
n.Zelfstandige
Zelfstandige, zoals bedoeld in art 78f WWB.