Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen maatschappelijke ondersteuning Veenendaal 2010

1.. Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 lid 1 en artikel 6a van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van Individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget wordt, met uitzondering van het persoonsgebonden budget voor vergoeding van een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964, afgeleid van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura; het persoongebonden budget wordt indien noodzakelijk aangevuld met een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals vastgelegd in het Besluit Individuele verstrekkingen van de gemeente Veenendaal; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, zoals door het college is vastgelegd in het Besluit Individuele verstrekkingen. 2.. De toekenning, de omvang en de looptijd van het verstrekken persoonsgebonden budget worden in de beschikking opgenomen. 3.. Op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst persoonsgebonden budget gemeente Veenendaal van toepassing. 4.. Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen. 5.. Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager dan wel budgethouder. 6.. Het college gaat na of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. Zij legt hiertoe de wijze van controleren vast in het Besluit Individuele verstrekkingen. 7.. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit Individuele verstrekkingen op verzoek van het college per omgaande te verstrekken. 8.. Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel