**1..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g,
onderdeel 4,5 en 6 van de Wet heeft aanspraak op de voorziening
Individuele begeleiding op psychosociale grondslag wanneer er
sprake is van:
ernstige beperkingen in de sociale redzaamheid;
een ernstige (psychische) ontwrichting van het
functioneren van cliënt, al dan niet in samenhang met de
leefeenheid waarvan cliënt deel uit maakt, in relatie
tot zijn sociale omgeving en deze ontwrichting kan
leiden tot ernstige problemen op het gebied van de
sociale redzaamheid.
**2..** Om te bepalen of de noodzaak als bedoeld in lid 1 van dit
artikel aanwezig is onderzoekt het College of de beperkingen die
de aanvrager in zijn functioneren ondervindt een gevolg is van
een psychosociaal probleem.
Het onderzoek omvat ook:
de algemene gezondheidstoestand;
het psychisch en sociaal functioneren;
leefomstandigheden in de woning;
de sociale omstandigheden.
**3..** Op basis van het in het tweede lid van dit artikel bedoelde
onderzoek stelt het College de aard en de omvang an de toe te
kennen voorziening vast.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 7
Artikel 7.1
: Het recht op Individuele begeleiding
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010