Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 7

Artikel 7.1

: Het recht op Individuele begeleiding

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4,5 en 6 van de Wet heeft aanspraak op de voorziening Individuele begeleiding op psychosociale grondslag wanneer er sprake is van: ernstige beperkingen in de sociale redzaamheid; een ernstige (psychische) ontwrichting van het functioneren van cliënt, al dan niet in samenhang met de leefeenheid waarvan cliënt deel uit maakt, in relatie tot zijn sociale omgeving en deze ontwrichting kan leiden tot ernstige problemen op het gebied van de sociale redzaamheid. 2.. Om te bepalen of de noodzaak als bedoeld in lid 1 van dit artikel aanwezig is onderzoekt het College of de beperkingen die de aanvrager in zijn functioneren ondervindt een gevolg is van een psychosociaal probleem. Het onderzoek omvat ook: de algemene gezondheidstoestand; het psychisch en sociaal functioneren; leefomstandigheden in de woning; de sociale omstandigheden. 3.. Op basis van het in het tweede lid van dit artikel bedoelde onderzoek stelt het College de aard en de omvang an de toe te kennen voorziening vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel