Subsidieplafond
Er wordt een subsidieplafond vastgesteld.
Er zijn jaarlijks vier subsidieperiodes. Per periode wordt maximaal 25% van het subsidieplafond verleend.
De volgende periodes worden gehanteerd:
Periode 1: 1 januari t/m 31 maart;
Periode 2: 1 april t/m 30 juni;
Periode 3: 1 juli t/m 30 september;
Periode 4: 1 oktober t/m 31 december.
Als in een jaar het budget van een periode op de eerste dag van de volgende periode nog niet is verbruikt, wordt het restant van het budget gevoegd bij het budget voor de volgende periode.