Gedragingen van belanghebbende bedoeld in artikel 18 lid 2 WWB, artikel 20 IOAW en artikel 20 IOAZ en de gedragingen waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen op grond van artikel 9 WWB, artikel 9a WWB, artikel 55 WWB, respectievelijk artikel 37 IOAW, artikel 38 IOAW, artikel 37 IOAZ en artikel 38 IOAZ niet of onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie: 10% verlaging van de bijstandsnorm gedurende 1 maand
het zich niet of niet tijdig als werkzoekende laten inschrijven bij het UWV WERKbedrijf, of deze inschrijving niet of niet tijdig verlengen;
het niet of onvoldoende, op verzoek of uit eigen beweging, melden van alle feiten en omstandigheden, waarvan het belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de arbeidsinschakeling;
het niet ondertekenen en/of niet retourneren van een trajectovereenkomst.
Tweede categorie: 20% verlaging van de bijstandsnorm gedurende 1 maand
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding;
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de arbeidsinschakeling, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen;
het stellen van onredelijke eisen in verband met door de belanghebbende te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren;
het door de inburgeringsplichtige niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om gegevens te verstrekken en die medewerking te verlenen die voor diens inburgeringsplicht van belang zijn;
als vanwege gebrek aan persoonlijke verzorging het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmerd wordt, dan wel de deelname aan een traject gericht op een voor de arbeidsinschakeling noodzakelijk geachte scholing of opleiding, of aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen belemmert wordt.
Derde categorie: 40% verlaging van de bijstandsnorm gedurende 1 maand
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een traject gericht op een voor de arbeidsinschakeling noodzakelijke geachte scholing of opleiding, dan wel aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het behoud of bevorderen van de arbeidsbekwaamheid;
het niet of in onvoldoende mate nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 55 WWB gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 WWB;
het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van een door het college aangeboden reïntegratievoorziening gericht op arbeidsinschakeling;
het weigeren van een passend aanbod voor kinderopvang, dat noodzakelijk is voor de deelname aan het traject gericht op arbeidsinschakeling, waaronder mede begrepen wordt inburgering als onderdeel van de arbeidsinschakeling;
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB respectievelijk artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB respectievelijk artikel 38 lid 1 IOAW en artikel 38 lid 1 IOAZ;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a WWB, indien van toepassing;
uitsluitend voor zover de WWB van toepassing is, het niet nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 55 WWB;
het in strijd handelen door de inburgeringsplichtige met artikel 23, eerste 1 van de Wet inburgering of de krachtens artikel 23 derde lid, gestelde regels van de Wet inburgering;
het door de inburgeringsplichtige niet behalen van het inburgeringsexamen binnen de bij of krachtens de artikelen 32 en 33 van de Wet inburgering gestelde termijnen.
het niet nakomen van de verplichtingen tot het aangaan en het leveren van een tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel c WWB, artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAW of IOAZ.
Vierde categorie: 100% verlaging van de bijstandsnorm gedurende 1 maand
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder begrepen deeltijdarbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder begrepen deeltijdarbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van een dienstbetrekking in de zin van hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening, waaronder begrepen deeltijdarbeid;
het zich zeer ernstig misdragen tegen het college, dan wel van personen die in opdracht van het college werken onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB, IOAW, IOAZ of Bbz.
Hoofdstuk
Artikel 9
– Gedragingen en verlagingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013