Naar hoofdinhoud

Artikel 18

Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Enschede 2013

Ook voor het vervoer naar scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs geldt dat bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer in principe uitzondering is. Wel moet de toegankelijkheid van het (voortgezet) speciaal onderwijs gewaarborgd blijven. Daar waar vervoer, openbaar of aangepast, noodzakelijk is, moet dit op passende wijze kunnen plaatsvinden. In artikel 18 van de verordening zijn deze waarborgen verankerd. Onderdeel a Reistijd met openbaar vervoer is meer dan anderhalf uur Het college verstrekt ook bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer, indien de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug meer dan ten minste anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht. Ook hierbij geldt dat het advies van de commissie voor de begeleiding niet gevraagd hoeft te worden. Zie verder de toelichting op artikel 13. Onderdeel b Openbaar vervoer ontbreekt Artikel 18, eerste lid, onder b, van de verordening geeft een tweede mogelijkheid om aanspraak te maken op bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer. Dit lid bepaalt dat het college de kosten van het aangepast vervoer bekostigt, indien openbaar vervoer ontbreekt. Tevens kan het voorkomen dat het openbaar vervoer zo weinig frequent rijdt dat de leerling daarvan geen gebruik kan maken. Echter, voordat het college beslist dat bekostiging van het aangepast vervoer verleend wordt, kan het de mogelijkheden onderzoeken zoals in de toelichting op artikel 13 is uitgewerkt. Ook kan het college bepalen dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per (brom)fiets. Het college kan het advies van de commissie voor de begeleiding en eventueel het advies van andere deskundigen daarover vragen. Als de leerling gebruik dient te maken van een aangepaste fiets of driewieler of met behulp van een tandem naar school gaat (als er een zogenaamde voorrijder aanwezig is), kunnen de ouders op grond van de Wet WIA bij het UWV een tegemoetkoming in de aanschafkosten vragen. Medische begeleiding Gemeenten zijn niet verantwoordelijk voor de medische begeleiding in het leerlingenvervoer. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Zwolle (Rechtbank Zwolle, 21 november 2007 Awb 06/1788, LJN: BB8810). De gemeente stelde in het verweer dat vervoer iets anders is dan (medische) zorgverlening. De rechter vindt dit geen beperkte uitleg van de wettelijke bepalingen. De medische begeleiding hoort volgens de rechtbank thuis in het zogenaamde 2e compartiment (tot 1 januari 2006 de Ziekenfondswet en sinds die datum de Zorgverzekeringswet -de AWBZ). In het verleden is de gemeente wel verantwoordelijk gesteld voor medische begeleiding (Uitspraak Raad van State van 8 oktober 1990; R03.90.3061/Sp. 179). In deze uitspraak was het college gehouden de (salaris)kosten van een begeleider in aangepast vervoer te bekostigen, met betrekking tot een leerling die constant op de ondersteuning van een deskundige op het gebied van speciale medische apparatuur was aangewezen. Dit betrof echter een zeer uitzonderlijk geval. Advisering Op grond van artikel 18, tweede lid, van de verordening dient het college indien het de gevraagde voorziening niet of slechts gedeeltelijk toekent het advies te vragen aan de commissie voor de begeleiding. Deze zal dan moeten beoordelen of de leerling, gezien zijn lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap, niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te maken. Tevens kan het college het advies van andere deskundigen inwinnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel