Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Uitbetaling van de bekostiging

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Enschede 2013

Vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de burger is het wenselijk dat het aantal aanvragen zo veel mogelijk wordt beperkt. In dat kader verdient het de aanbeveling om als gemeente te bezien of het passend en mogelijk is om voor de gehele schoolperiode de bekostiging toe te wijzen. Wanneer te verwachten valt dat er geen verandering optreedt in de situatie van de leerling en deze dus aan de geldende criteria blijft voldoen, is het wenselijk te kiezen voor een verstrekking voor de gehele schoolperiode. Aanvragers dienen wijzigingen die van invloed zijn op de bekostiging direct door te geven aan het college. Het is raadzaam aanvragers nadrukkelijk te wijzen op het feit dat ten onrechte genoten bekostiging kan worden teruggevorderd, dan wel kan worden verrekend (zie ook artikel 6). Indien er in de situatie van de leerling echter verbetering of verandering valt te verwachten, dient te worden gekozen voor een verstrekking over een termijn van één schooljaar (of een beperkt aantal schooljaren). Hierbij kan worden gedacht aan de noodzaak van het passend vervoer: deze kan per jaar sterk veranderen en dient dus jaarlijks opnieuw te worden bekeken. Nota bene: De eigen bijdrage moet jaarlijks worden vastgesteld. Hiervoor dient de aanvrager jaarlijks de inkomensgegevens te overleggen, ook al wordt de bekostiging voor een langere periode verstrekt. Dit zou kunnen vervallen als de gemeente op termijn bij de belastingdienst de inkomensgegevens kan opvragen. Vanwege het creëren van beleidsruimte is in artikel 4 van de verordening bepaald, dat het college bij de verstrekking van de bekostiging tevens de termijn van de bekostiging bepaalt. In de beschikking dient deze termijn wel aangegeven te worden. De gekozen formulering van artikel 4 van de verordening laat zoals gezegd de ruimte om per geval de termijn van de bekostiging te bepalen. Stelt de gemeenteraad zich echter op het standpunt dat de bekostiging te allen tijde tot het einde van het aangevraagde schooljaar dient te lopen, verdient het aanbeveling om de verordening in die zin aan te passen. Tevens dient het college bij verstrekking van bekostiging de wijze en het tijdstip van uitbetaling te bepalen. Bepaald zal onder andere dienen te worden of: de bekostiging per maand, kwartaal, of halfjaar geschiedt; de bekostiging in de vorm van een voorfinanciering of op declaratiebasis, dan wel via een vast termijnbedrag achteraf geschiedt; de bekostiging, in het geval er sprake is van aangepast vervoer, rechtstreeks aan de vervoersonderneming geschiedt. Aangezien de praktijk ten aanzien van de wijze van betaling en het tijdstip van betalen veel verschillende varianten laat zien, is in de verordening geen expliciete keuze gemaakt. Afhankelijk van de lokale gewoonte of de lokale wensen kan hieraan invulling worden gegeven. Wel kan in dit verband opgemerkt worden dat bekostiging op declaratiebasis, bijvoorbeeld door het overleggen van een uitdraai van het (verbruikte) abonnement op de OV-chipkaart, de betrouwbaarste indicator is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel