Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Schadevergoeding

Onderdeel van Monumentenverordening Bladel 2008

1.. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van het - niet op aanvraag van de belanghebbende - aanwijzen, wijzigen of intrekken van de aanwijzing als gemeentelijk monument schade lijdt of zal lijden in verband met het door de hypotheeknemer opeisen van een verstrekte hypothecaire geldlening, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college van burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2.. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging, afbraak of verplaatsing van een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 9 van deze verordening; voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verplaatsing van een gemeentelijk monument;schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college van burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 3.. Voor de behandeling van de verzoeken om schadevergoeding zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 6.1 van de (nieuwe) Wet op de Ruimtelijke Ordening (voorheen artikel 49) van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel