De geldelijke steun wordt slechts verleend onder de voorwaarde dat:
zonder toestemming van burgemeester en wethouders bij de werkzaamheden niet wordt afgeweken van het bouwplan, waarvoor geldelijke steun is verleend;
de bouw binnen zes maanden na het besluit tot verlening van geldelijke steun tot de bovenkant van de beganegrondvloer is gevorderd dan wel ingeval het treffen van voorzieningen met de werkzaamheden is gestart en een regelmatige voortgang van de werkzaamheden gerealiseerd wordt;
de gereedmelding van de werkzaamheden plaatsvindt overeenkomstig artikel 33, eerste lid, en artikel 34, eerste en tweede lid;
de initiatiefnemer de informatie bedoeld in het Besluit en deze verordening beschikbaar houdt en op verzoek van burgemeester en wethouders terstond levert.
2. verlenen en vaststellen van geldelijke steun › Paragraaf 2: de verlening van geldelijke steun
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Verordening woninggebonden subsidies 1992