Naar hoofdinhoud

2. verlenen en vaststellen van geldelijke steun › Paragraaf 5: de intrekking van geldelijke steun

Artikel 38

Artikel 38

Onderdeel van Verordening woninggebonden subsidies 1992

1.. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot verlening van geldelijke steun ge­heel of gedeelte­lijk intrekken indien: niet is voldaan aan de voorwaarden ge­steld bij of krachtens het Besluit en/of deze verordening; een bijdrage op grond van deze veror­de­ning is verleend of vast­gesteld op grond van gegevens en gebleken is dat deze zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. 2.. Indien geldelijke steun is verleend of vastge­steld en gebleken is dat de gege­vens op grond waarvan de gelde­lijke steun werd ver­leend onjuist waren en waarvan de aanvrager wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze on­juist waren, kunnen burgemeester en wethou­ders hun besluit tot verlening van geldelij­ke steun intrekken en kunnen zij een reeds be­taalde bijdrage geheel of gedeeltelijk met ver­goe­ding van de wettelij­ke rente terug­vorderen. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot het verlenen of vaststellen van een toeslag ten behoeve van plaatselijk verschil­lende omstan­digheden intrekken, indien de verlening van de gelde­lijke steun, op grond van artikel 12 , tweede lid, onder a of b, voor dezelf­de woningen wordt ingetrokken. 4.. Burgemeester en wethouders trekken hun beslissing tot het verle­nen van geldelijke steun in ieder geval in, indien de initiatief­nemer meldt dat de bouw geen doorgang zal vinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel