Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg.
Het is verboden zonder vergunning van het college of wanneer het gaat om het gebruik van de weg of weggedeelte ten behoeve van een terras bij een horeca-inrichting, van de burgemeester, de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan.
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op:
vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:
- geen onderdeel zich minder dan (2,2) meter boven dat gedeelte bevindt;
- geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan (0,5) meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt en geen onderdeel verder dan (1,5) meter buiten de opgaande gevel reikt;
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan, mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
voertuigen met uitzondering van voertuigen bestemd voor bewoning;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
standplaatsen als bedoeld in de Staanplaatsenverordening;
evenementen als bedoeld in artikel 25.
Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
Een vergunning, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist voor het houden
van buurtfeesten, straatspeeldagen en/of het plaatsen van objecten in het
kader van een buurtactiviteit.
Degene, die het voornemen heeft activiteiten als bedoeld in het zesde lid te
organiseren, dient daarvan minstens vier weken voordat de activiteit zal
plaatsvinden kennis te geven aan het college.
Het college kan de activiteiten verbieden dan wel daaraan voorschriften en
beperkingen verbinden met het oog op de in het vijfde lid genoemde
belangen.
a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening Noord Brabant.
De weigeringsgrond van het vijfde lid onder a. geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 Wegenverkeerswet.
De weigeringsgrond van het vijfde lid onder b. geldt niet voor bouwwerken.
d. De weigeringsgrond van het vijfde lid onder c. geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 1.
Artikel 13.
Artikel 13.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Tilburg 2005