Begripsomschrijvingen.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte:
waarin enig horecabedrijf, tot de uitoefening waar van behoort het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, wordt uitgeoefend;
waarin de werkzaamheid, bestaande uit het anders dan bedrijfsmatig en anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt uitgeoefend;
waar al dan niet bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat, eetwaren, alcoholvrije dranken of Qat voor gebruik ter plaatse worden verstrekt;
houder: degene die een inrichting exploiteert of daarin de feitelijke leiding heeft;
horecaconcentratiegebied: het gebied dat als zodanig door de gemeenteraad is aangewezen.
In deze paragraaf wordt onder bezoekers niet verstaan:
de gezinsleden van de houder alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;
dienstdoend personeel van de houder van de inrichting;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 3. › Paragraaf 1.
Artikel 31.
Artikel 31.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Tilburg 2005