Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Veenendaal 2009

1.. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar 38,5% van de norm bedoeld in artikel 21 onder a van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet, voor een alleenstaande; de norm bedoeld in artikel 21 onder b van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet, voor een alleenstaande ouder; de norm bedoeld in artikel 21 onder c van de wet, voor gehuwden; zoals deze artikelen gelden op 1 januari van het jaar waarin de peildatum valt. 2.. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel