**1..** De zittingsperiode van een lid, eindigt in ieder geval aan het einde
van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Een raadslid houdt op lid te zijn van de raadscommissie op het
moment dat zijn lidmaatschap van de raad eindigt.
**3..** Een burgerraadslid houdt op lid te zijn van de raadscommissie:
indien hij niet meer voldoet aan de eisen als bedoeld in de
artikelen 10 en 13 van de Gemeentewet;
indien de raad hem ontslaat op voorstel van het college
wegens handelen in strijd met artikel 15 van de
Gemeentewet;
indien de raad hem ontslaat op voorstel van de fractie op
wiens voordracht hij is benoemd.
**4..** De raad kan de voorzitter ontslaan.
**5..** Een raadslid of burgerraadslid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij
doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat
een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als
zijn opvolger is benoemd.
**6..** Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
van artikel 4 en 5.
**7..** Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
vervalt het lidmaatschap van de burgerraadsleden die op voordracht
van die fractie zijn benoemd, van rechtswege.
Hoofdstuk 2
Artikel 6.
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissie 2013