Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.2

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Nieuwegein 2007

1.. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen verzoek, een uitsluitend recht op een grafruimte voor het begraven van lijken hetzij met een oppervlakte van 2,00m. x 1,00m hetzij met een oppervlakte van 1,50m. x 0,60m voor het plaatsen van urnen hetzij met een oppervlakte van 0,80m. x 0,80m hetzij met een oppervlakte van 0,60m. x 0,60m 2.. Een uitsluitend recht op een grafruimte wordt verleend in een daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen volgorde op de begraafplaats. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen, op schriftelijk verzoek, afwijken van de volgorde, zoals bedoeld in het tweede lid. 4.. Burgemeester en wethouders bepalen het uitgeven van een gedenkplaats. 5.. De massa van een grafkelder boven maaiveld moet passend zijn bij de graven in de directe omgeving. Bij de vergunningaanvraag wordt dit getoetst door de beheerder op basis van een exacte opgave (breedte, lengte en hoogte boven de grond) in de aanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel