**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
Wet: Wet werk en bijstand;
WTOS: Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten;
WSF 2000: Wet Studiefinanciering;
Bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet;
Inkomenstoeslag: de langdurigheidstoeslag bedoeld in artikel 36 WWB;
Inkomenstoeslag ouderen: de categoriale bijzondere bijstand bedoeld in artikel 35 lid 3 WWB;
Inkomen: het inkomen bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op inkomenstoeslag als inkomen gezien;
Peildatum: de datum waarop de inkomenstoeslag of de inkomenstoeslag ouderen wordt aangevraagd. In het geval dat het recht ambtshalve wordt vastgesteld is de peildatum 1 januari van dat jaar;
Referteperiode: een periode van zes maanden voorafgaand aan de peildatum;
College: het college van burgemeester en wethouders van Schiedam;
Pensioengerechtigde leeftijd: de leeftijd, waarop ingevolge de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).