1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
vaststelling van de compensatienoodzaak en de beoordeling van de
aanvraag, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke
zorg diens relevante huisgenoten:
a. op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te
bepalen plaats en tijdstip en hem te ondervragen, rekening houdend met
de in de persoon gelegen mogelijkheden en/of beperkingen.
b. op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of
meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of
onderzoeken.
Hoofdstuk 4.
Artikel 17.
Advisering
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Blaricum 2013