1. Een compenserende maatregel wordt getroffen indien:
a. er sprake is van een compensatienoodzaak;
b. belanghebbende niet of niet volledig in staat is om zelf en/of via
het sociale netwerk eigen oplossingen te realiseren;
c. de compenserende maatregel voldoende compensatie biedt en hierbij
leidt tot het te bereiken resultaat;
d. de compenserende maatregel als de goedkoopst-compenserende
voorziening aan te merken is.
2. Het college treft op grond van deze verordening geen compenserende
maatregel indien:
a. er geen sprake is van een compensatienoodzaak;
b. belanghebbende in staat is om eigen compenserende maatregelen te
treffen;
c. er sprake is van gebruikelijke zorg;
d. de compenserende maatregel, gelet op de persoonlijke situatie van
belanghebbende, als algemeen gebruikelijk aan te merken is;
e. er sprake is van een voorliggende en/of algemene voorziening die
voldoende compensatie biedt en leidt tot het te bereiken resultaat.
f. indien belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Blaricum en
hier geen hoofdverblijf heeft.
g. belanghebbende reeds eerder in het kader van enige wettelijke
bepaling of regeling is gecompenseerd met een voorziening en de normale
afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij
de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als
gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
rekenen.
h. indien het college niet in staat wordt gesteld om op basis van
onderzoek de compensatienoodzaak vast te stellen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Aanspraak op compensatie
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Blaricum 2013