Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 23

Criteria voor vergunningverlening

Onderdeel van Huisvestingsverordening Ede 2013

1.. Het college verleent de onttrekkingsvergunning, indien naar zijn oordeel het met de omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. 2.. Indien de aanvraag betrekking heeft op de omzetting van woonruimte en een woonruimte met een huur- of koopprijs beneden de huur- of koopprijsgrens en er, ongeacht de nieuwe huur- of koopprijs, naar het oordeel van het college voldoende compensatie als bedoeld in artikel 24 wordt geboden, wordt de onttrekkingsvergunning in ieder geval verleend, als omzetting een woonruimte oplevert met een huur- of koopprijs beneden de huur- of koopprijsgrens. 3.. Indien het college heeft vastgesteld, dat zowel het belang van de aanvrager als het belang van de volkshuisvesting zwaar wegen, of dat het belang van de aanvrager niet opweegt tegen het belang van de volkshuisvesting, wordt de onttrekkingsvergunning verleend als voldoende compensatie als bedoeld in artikel 24 wordt geboden en overigens aan door het college gestelde voorwaarden en voorschriften is voldaan. 4.. De onttrekkingsvergunning bevat de volgende informatie: de mededeling dat binnen één jaar van de onttrekkingsvergunning gebruik gemaakt kan worden; de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; de opgelegde compensatie; de verschuldigde leges. 5.. Het college kan een vergunning verlenen voor een tijdelijke omzetting als de omzetting voorziet in een tijdelijke behoefte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel