De verlaging bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt:
het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm
inclusief de toeslag als bedoeld in artikel 3, en het van
toepassing zijnde bedrag voor levensonderhoud als bedoeld in
artikel 33, tweede lid van de wet bij aanvang van de
bijstandsverlening;
de verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag;
bij samenloop met andere verlagingen prevaleert de in dit
artikel vermelde verlaging.