Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 2.1.5

Bodemonderzoek

Onderdeel van Bouwverordening Nieuwegein

1.. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving bestaat uit: de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1; vervallen; indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2003. 2.. De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het BBL, artikel 2.15f. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen als bedoeld in artikel 2.15f BBL 3.. Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.. Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijking van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn, als bedoeld in artikel 5.36 lid 1 en lid 2 Omgevingswet en artikel 10.23 lid 1 en lid 2 Omgevingsbesluit, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen. 5.. Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. 6.. Wat de omvang van het onderzoek betreft, dient het onderzoek zich niet te beperken tot de bouwput, maar tevens informatie te verschaffen over in de regel de gehele bouwkavel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel