Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening gemeentelijke bijstandsnormen

1.. De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld als de gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, doordat zij deze kosten geheel of gedeeltelijk kunnen delen met een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De gehuwden met een inwonend niet ten laste komend kind waarvan het inkomen lager is dan de bijstandsnorm voor een alleenstaande als genoemd in artikel 21, onder a. van de wet vermeerderd met de helft van het bedrag genoemd in artikel 25, tweede lid van de wet, delen de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet met dat kind. 3.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de gehuwden de helft van het in het artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximum bedrag. 4.. De toeslag als bedoeld in artikel 2 wordt voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar verlaagd om te voorkomen dat de totale hoogte van de uitkering een belemmering vormt voor de aanvaarding van arbeid. 5.. De toeslag als bedoeld in lid 4 wordt verlaagd met het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximum bedrag voor een alleenstaande van 21 jaar in wiens woning niemand anders zijn hoofdverblijf heeft. 6.. De toeslag als bedoeld in lid 4 wordt voor een alleenstaande van 21 jaar verlaagd met de helft van het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximum bedrag, als diens algemeen noodzakelijke kosten lager zijn dan waarin de bijstandsnorm voorziet doordat deze alleenstaande deze kosten geheel of gedeeltelijk kan delen met een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 7.. De toeslag als bedoeld in lid 4 wordt voor een alleenstaande van 22 jaar verlaagd met de helft van het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximum bedrag. 8.. De bijstandsnorm wordt verlaagd met de helft van het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximum bedrag als de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft of hebben als gevolg van de woonsituatie. 9.. De toeslag als bedoeld in artikel 2 wordt verlaagd met de helft van het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximum bedrag voor een alleenstaande ouder die voor de tot zijn laste komende kinderen een co-ouderschap heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel