Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 14

Overige verplichtingen

Onderdeel van Algemene Subsidie Verordening Nieuwegein

1.. De ontvanger van een subsidie stelt het college terstond schriftelijk op de hoogte van feiten en omstandigheden die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de continuïteit of de wijze van uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten dan wel van activiteiten die anderszins van invloed kunnen zijn op de subsidieverlening waaronder in ieder geval: subsidieverstrekkingen of bijdragen van andere overheden dan wel van derden ten aanzien van de activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend; een voornemen tot opheffing of fusie van de subsidieontvanger; een voornemen tot statutenwijziging en de inhoud van die wijziging; wijziging in de algemene en financiële situatie dan wel in de financiële of organisatorische verhoudingen met derden; besluiten of procedures die zijn gericht op beëindiging van de activiteiten of producten van de subsidieontvanger; aanzienlijke verschillen tussen de gerealiseerde omvang van de gesubsidieerde producten en de omvang van de bij de verstrekking van de subsidie verwachte omvang. 2.. De mededeling bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt tenminste 13 weken voor het besluit tot fusie of opheffing gedaan. 3.. De subsidieontvanger verstrekt desgevraagd aanvullende gegevens die het college nodig acht om te beoordelen of de producten overeenkomstig de verplichtingen worden of zijn uitgevoerd. 4.. Het college kan de subsidieontvanger ontheffing of vrijstelling verlenen van de in het eerste en het tweede lid genoemde verplichtingen. 5.. Voor subsidiebedragen boven € 100.000 zijn de verplichtingen van afdeling 4.2.8. van de Awb van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel