Naar hoofdinhoud
1.. De vergadering vindt geen doorgang indien een kwartier na het aangekondigde tijdstip van de vergadering niet ten minste vier leden aanwezig zijn. 2.. In geval een vergadering op grond van het bepaalde in het eerste lid geen doorgang kan vinden, kan in afwijking van het bepaalde in het vorige artikel binnen veertien dagen, doch niet eerder dan een week later, een nieuwe vergadering worden belegd. 3.. Indien wegens onvoltalligheid op grond van het bepaalde in het tweede lid een nieuwe vergadering is belegd, beraadslagen en besluiten de aanwezige leden over de onderwerpen, die voor de eerste vergadering aan de orde werden gesteld, ongeacht het aantal leden dat aanwezig is.

Rechtspraak bij dit artikel