Naar hoofdinhoud
1.. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris ambtelijke bijstand tenzij: het raadslid niet aannemelijk heeft kunnen maken dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden; 2.. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3.. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel