Het college draagt zorg voor en legt in besluiten vast:
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en
een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
gemeentesecretaris, directeuren en afdelingshoofden;
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
gewaarborgd;
instructie voor de functie van concerncontroller;
instructie voor de functie van hoofd van de afdeling
Grondbedrijf en vastgoedzaken;
instructie voor het betalingsverkeer, waarin de functies van
kassier en van comptabele worden beschreven;
instructies voor de functie van heffingsambtenaar ex art.
231 lid 2c Gemeentewet en invorderingsambtenaar ex art. 231
lid 2c Gemeentewet;
Titel 4
Artikel 25