Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.4

Uitvoering van het onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening rekenkamercommissie gemeente Nieuwegein

1.. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.. De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de ambtelijk secretaris en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. 4.. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid. Haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. 5.. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 6.. De rekenkamercommissie stelt betrokken ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 7.. De rekenkamercommissie stelt de betrokken organisatie en het gemeentelijk bestuur in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, zijn zienswijze op het onderzoek en het onderzoeksrapport aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. 8.. Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten als bedoeld in het zesde lid, en na het bestuurlijk hoor en wederhoor als bedoeld in het zevende lid, formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen in een nota. 9.. Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk, aan de raad aangeboden. Hierbij worden de ambtelijke en bestuurlijke reacties gevoegd.

Rechtspraak bij dit artikel