Een persoon komt niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking voor hulp bij het huishouden als tot de leefeenheid waar deze persoon deel van uitmaakt, een of meer huisgenoten of kinderen behoren, die in staat zijn (een deel van) het huishoudelijk werk te verrichten.
Voor de toetsing van dit criterium wordt gebruik gemaakt van de Wmo-richtlijn “Indicatieadvisering voor Hulp bij het Huishouden” van het Centrum Indicatiestelling Zorg van december 2006. (zie bijlage II bij dit Uitvoeringsbesluit).
HOOFDSTUK III
Artikel 13
Gebruikelijke zorg
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit bij de verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning