**1..** Het college legt een boete van € 250,00 op indien de inburgeringsplichtige voor de derde keer niet verschijnt op een zonder tegenbericht of geldige reden en het college het vermoeden heeft dat de inburgeringsplichtige onvoldoende medewerking verleent. Na de eerste en tweede keer niet verschijnen stuurt het college een herstelbrief en een nieuwe afspraak.
**2..** Het college legt een boete van € 500,00 op indien de inburgeringsplichtige voor de tweede keer geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet inburgering of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van de verordening. Na de eerste keer volgt een gesprek en een waarschuwingsbrief.
**3..** Indien er sprake is van recidive binnen twaalf maanden en de inburgeringsplichtige valt dit te verwijten, dan zal de bestuurlijke boete opnieuw worden opgelegd. Hiervoor gelden dezelfde regelingen als beschreven in lid 1 en 2 van dit artikel.
**4..** De bestuurlijke boete wordt pas opgelegd als de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden zijn vastgesteld. Dit zal uit nader onderzoek moeten blijken (bv. huisbezoek). Als uit het onderzoek blijkt dat de inburgeringsplichtige geen verwijtbaar gedrag heeft getoond (opname in het ziekenhuis; vakantie, enz.) dan moet er geen boete worden opgelegd.