Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 2

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag WWB 2009

1.. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat jaarlijks niet hoger is 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm, niet beschikt over meer vermogen als bedoeld in artikel 34 WWB en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. 2.. Indien in de 12 maanden voorafgaand aan de peildatum het inkomen meer is dan 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, stellen we de langdurigheidstoeslag gedurende een periode van maximaal 12 maanden bij de eerste aanvraag vast op basis van 70% draagkracht. Bij volgende aanvragen stellen we de langdurigheidstoeslag vast op basis van 100% draagkracht. Is het inkomen gedurende de referteperiode in een periode van 12 maanden hoger dan 100% van de bijstandsnorm plus 130% van de langdurigheidstoeslag over dat jaar, dan komt men niet in aanmerking voor langdurigheidstoeslag. De eis omtrent het toegestane vermogen blijft ongewijzigd. 3.. Indien in de 12 maanden voorafgaand aan de peildatum het inkomen meer is dan 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, stellen we de langdurigheidstoeslag gedurende een periode van maximaal 12 maanden bij de eerste aanvraag vast op basis van 70% draagkracht. Bij volgende aanvragen stellen we de langdurigheidstoeslag vast op basis van 100% draagkracht. Is het inkomen gedurende de referteperiode in een periode van 12 maanden hoger dan 100% van de bijstandsnorm plus 130% van de langdurigheidstoeslag over dat jaar, dan komt men niet in aanmerking voor langdurigheidstoeslag. De eis omtrent het toegestane vermogen blijft ongewijzigd. 4.. 4.Er is geen recht op langdurigheidstoeslag indien de belanghebbenden op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.

Rechtspraak bij dit artikel