De uitkeringsgerechtigde is verplicht gebruik te maken van de voorziening die wordt aangeboden door het college.
De uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de wet SUWI, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden.
Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, lOAW en lOAZ, deze verordening en de uitvoeringsregels, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
Indien de uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de afstemmingsverordening.
Hoofdstuk
Artikel 4
Verplichtingen van belanghebbende
Onderdeel van Re-integratieverordening Aalsmeer 2012