Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB is voldaan indien gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110 % van de toepasselijke bijstandsnorm, en geen vermogen heeft boven in de WWB genoemde vermogensgrenzen;
In afwijking van het eerste lid bestaat recht op een gedeeltelijke langdurigheidstoeslag wanneer het inkomen op de peildatum hoger is dan 110% van de bijstandsnorm maar op jaarbasis niet meer bedraagt dan de van toepassing zijnde langdurigheidstoeslag;
Hoofdstuk
Artikel 2
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Aalsmeer 2012