De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
Indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via mobiele telefoon of op een andere door de serviceprovider geaccepteerde methode, of op een andere in het maatschappelijk en economisch verkeer geaccepteerde methode om achteraf aan de betaalplicht te kunnen voldoen, neemt de belastingplichtige de voorwaarden van zijn of haar serviceprovider in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt de belasting geheven op de wijze zoals bepaald in het eerste lid.
De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet worden betaald binnen de termijn die op de opgestuurde beschikking en acceptgiro is vermeld.
Artikel 6
De wijze van heffing en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2013