Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1. › Paragraaf 4

Artikel 13.

Maken en veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2007

Het is verboden een uitweg naar een weg te maken, te hebben, of te wijzigen, indien de uitweg gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg, of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, danwel de leefbaarheid van de omgeving aantast. Dit artikel geldt niet voor wegen die in het beheer zijn bij het rijk of de provincie. [Artikel 13 treedt in werking op 1 oktober 2007. Tot die tijd blijft artikel 16 van de APV van 14 juli 1994 van kracht die luidt als volgt: Artikel 16. Maken en veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders: a. Een uitweg te maken naar de weg. b. Van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg. c. Verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd indien de uitweg gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, danwel de leefbaarheid van de omgeving aantast. 3. Dit artikel geldt niet voor wegen die in het beheer zijn bij het rijk of de provincie.]

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel