1. Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders houtopstand te vellen of te doen vellen anders dan bij wijze van dunning.
2. Dit verbod is niet van toepassing op:
a. Wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot.
b. Vruchtbomen.
c. Windschermen om boomgaarden.
d. Kweekgoed.
e. Meidoorns.
f. Lijsterbessen.
g. Naaldhoutsoorten.
h. Houtopstand in achtertuinen met een stamdiameter kleiner dan 30 cm gemeten op een hoogte van 1,50 meter.
i. houtopstand in tuinen met een stamdiameter kleiner dan 30 cm of een omtrek kleiner dan 94 cm gemeten op een hoogte van 1,30 meter.
3. Indien houtopstand deel uitmaakt van als zodanig bij het bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, is op deze houtopstand het verbod slechts van toepassing indien de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en hetzij geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20.
4. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist, indien houtopstand moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van Burgemeester en Wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 69.
Artikel 69 (oud). Herplant-/instandhoudingsplicht
1. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders is geveld anders dan bij wijze van dunning, danwel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen Burgemeester en Wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
2. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kunnen Burgemeester en Wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn maatregelen te nemen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.]