Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening

1.. De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2.. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel