Bij ten onrechte ontvangen uitkeringen ten gevolge van het schenden
van de inlichtingenplicht alsmede bij misbruik en oneigenlijk
gebruik van de wetten legt het college een bestuurlijke boete op op
grond van artikel 18a en 47g van de WWB en artikel 20a en 29 van de
IOAW en de IOAZ of verlaagt het college de uitkering conform hetgeen
hierover is bepaald in de van toepassing zijnde
afstemmingsverordening.
De onverschuldigd uitgekeerde bedragen worden teruggevorderd of
verhaald conform de door het college vastgestelde
beleidsregels.
Het college stelt nadere beleidsregels op voor het opleggen van de
boete bij nulfraude en voor het opleggen van de boete bij
verminderde verwijtbaarheid.