Het college kan, met inachtneming van artikel 9 tweede lid en artikel 9a van de wet, artikel 37a en 38 van de IOAW en de IOAZ, bepalen dat aan de uitkeringsgerechtigde, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de in artikel 6, eerste lid van deze verordening genoemde verplichtingen.
Deze ontheffing geldt in ieder geval indien:
voor een alleenstaande ouder de combinatie van zorg en arbeid of de combinatie van zorg en voorziening niet mogelijk is;
voor een alleenstaande ouder met ten laste komende kinderen tot 5 jaar voor zover voorgeschreven op grond van artikel 9a van de wet en artikel 38 van de IOAW en IOAZ;
de belanghebbende 57½ jaar of ouder is en uit een individuele beoordeling kan worden geconcludeerd dat de afstand tot de arbeidsmarkt niet meer te overbruggen is.
de belanghebbende om sociale dan wel medische redenen niet in staat is om te werken.
Het college kan nadere criteria voor ontheffing vaststellen in de beleidsregels re-integratie voor zover deze niet bij wet zijn voorgeschreven.
Ten aanzien van personen als bedoeld in het tweede lid onder b van dit artikel geldt dat de ontheffing eenmalig wordt verleend gedurende maximaal 5 jaar.
Ten aanzien van personen als bedoeld in het tweede lid onder c van dit artikel geldt dat de ontheffing wordt verleend voor de resterende periode dat deze persoon bijstand ontvangt.
Voor alle anderen geldt dat ontheffing van de arbeidsplicht voor een door het college vast te stellen periode van ten hoogste 12 maanden wordt verleend.
Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen. De verlenging wordt conform het zesde lid van dit artikel voor een vast te stellen periode van ten hoogste 12 maanden verleend.
Paragraaf
Artikel 7
Criteria ontheffing plicht tot arbeidsinschakeling
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Wijchen 2013