Voordat een verlaging wordt toegepast, wordt de belanghebbende in kennis gesteld van het voornemen van de verlaging en wordt hij in de gelegenheid gesteld om binnen een door het college gestelde termijn zijn zienswijze mondeling of schriftelijk naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
het horen van de belanghebbende redelijkerwijs niet noodzakelijk is voor de vaststelling van de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en van de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.
Hoofdstuk
Artikel 4
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Wijchen