Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouder (artikel 25 WWB)

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB gemeente Wijchen 2013

De bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 onderdelen a en b van de wet wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de landelijke bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op 20% van de gehuwdennorm voor: de alleenstaande in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; de verzorgingsbehoevende alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning een verzorgende inwonend is; de verzorgende die ter verzorging van een verzorgingsbehoevende inwonend is. de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning uitsluitend inwonende studerende kinderen zijn die aanspraak maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) of een tegemoetkoming in de studiekosten krachtens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning uitsluitend inwonende niet studerende verdienende kinderen zijn die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op 5% van de gehuwdennorm indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder de woning bewoont met één onderhuurder/kostganger/kamerhuurder en voor die inwoning redelijkerwijs een commercieel tarief als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub q of r van deze verordening, kan ontvangen. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op 0% van de gehuwdennorm indien de alleenstaande of alleenstaande ouder de woning bewoont met twee onderhuurders/kostgangers of kamerhuurders. Wanneer sprake is van drie of meer onderhuurders/kostgangers of kamerhuurders wordt geen toeslag verstrekt en vindt toepassing van artikel 8 van deze verordening plaats. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op 15% van de gehuwdennorm indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder blijkens een commerciële overeenkomst als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub q of r van deze verordening als onderhuurder/kostganger/ kamerhuurder aantoonbaar een bedrag aan onderhuur, kostgeld of kamerhuur betaalt. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie de voorgaande leden niet van toepassing zijn 10% van de gehuwdennorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel