De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met in achtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.`
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen dertig dagen na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald:
op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel
binnen dertig dagen na dagtekening van de aanslag.
Een naheffingsaanslag moet binnen dertig dagen worden betaald.
Artikel 6
Wijze van heffing en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen Leeuwarden 2012